Wat is vrijheid en hoe ga je om met vrijheid? Vrijheid krijgt betekenis wanneer ze met begrenzing wordt geconfronteerd. Is vrijheid de mogelijkheid om over grenzen heen te stappen en deze steeds verder op te rekken? Als vrijheid synoniem wordt voor grenzeloosheid, is het niet gek dat we er bang van worden. Grenzeloosheid is intens beangstigend. Het lijkt definities op te heffen. Wat alles kan zijn is niets. Wie ben ik in een grenzeloze wereld? Een ´wereldburger´ zijn klinkt voor sommigen aantrekkelijk, voor anderen is het een nachtmerrie.
Naarmate we ouder worden vindt er een verschuiving plaats in de betekenis van vrijheid. Vrijheid betekent in onze kindertijd en adolescentie nieuwsgierigheid, de behoefte om onze omgeving te verkennen en op avontuur uit te gaan. Naarmate we ouder worden begint het besef van verantwoordelijkheid. De verkenningsgeest moet gaandeweg meer ruimte maken voor de behoefte aan binding, toebehoren en zekerheid. Het streven naar bevrijding wordt een streven naar definiëring en opsluiting.
De jonge migranten, die in de jaren zestig en zeventig een geografische oversteek maakten naar West-Europa, kozen voor het avontuur. De wens om hun economische omstandigheden te verbeteren was verbonden met nieuwsgierigheid naar het leven aan de overkant. Het waren geen willoze pionnen die door Europese handen werden verplaatst.
De mentale oversteek duurde vanzelfsprekend veel langer. Ze waren in eerste instantie onbevangen, nieuwsgierige gasten. Een vriend van mijn vader liet me eens een foto zien waarop hij aan de bar zat. ‘We dachten niet na over bier en bitterballen’, vertelde hij me eerlijk. ‘Niemand was bezig met nadenken over religie en cultuur, we leefden als kleine kinderen’. Ze omhelsden de vrijheid waarin ze betrekkelijk anoniem op konden gaan, de vrijheid die geen vragen stelde.
Als gasten dachten ze na over terugkeer naar het land van herkomst maar gaandeweg werd duidelijk dat de vrijblijvende sfeer in het ontvangstland veranderde. De economische en politieke situatie in de herkomstlanden leek tegelijkertijd alleen maar te verslechteren. Dit leidde tot de vraag of een mogelijke terugkeer hun zelfgekozen mobiliteit niet tot een stilstand zou brengen. Ze waren nu juist gevlucht voor de stilstand en het gebrek aan perspectief. Het veiligst was het dan ook om te blijven. Dit betekende dat zij hun gezinnen hier zouden vestigen.
Met vrouw en kinderen dienden zich verantwoordelijkheden aan. Er moesten nu grenzen getekend gaan worden. De vragen begonnen gesteld te worden en langzamerhand werden er antwoorden geformuleerd. Met het uitspreken van hun antwoorden kaatsten zij de vragen terug naar de stellers. Vragen over identiteit waren steeds pregnanter aanwezig. ´Wie zijn wij en wat is ons verhaal eigenlijk?´ Nederland had zich van haar zuilen bevrijd. Begrenzingen waren opgeheven en niemand had de noodzaak ingezien van (nieuwe) afbakening.
Maar toch schreeuwde ook voor Nederland de verre horizon om markeerpunten die houvast zouden kunnen bieden. Mensen snakten naar een kompas om de onzekerheden op hun pad te doen verdwijnen. Begrippen als ‘cultuur’ of ‘religie’ werden versmald tot een set codes die een onveranderlijke eeuwigheidswaarde werden toegekend. ´Zo is het nu eenmaal bij ons en niet anders.´
Maar het is een valse voorstelling van zaken. Het enige wat nu eenmaal zo is, is de dood. De wereld leeft, omdat hij voortdurend verandert. Het paradoxale is dat we sterk door elkaar worden beïnvloed, terwijl we steeds harder roepen dat we zo wezenlijk van elkaar verschillen.
Zo zijn nieuwsgierige pioniers, die de grenzen ooit eens dapper verkenden, angstige grensbewakers geworden. Het zijn badmeesters, die in hun beschermzucht en de angst om zichzelf te verliezen, aan de zijlijn nauwlettend in de gaten houden of er bikini’s of burkini’s worden gedragen. Ze willen ervoor zorgen dat hun kinderen in het water vooral herkenbaar blijven. Ze vergeten dat het hun voornaamste taak is om de jonge duikers te leren zwemmen. Hoe ze het badwater induiken zou van secundair belang moeten zijn.
Ik hoop dat we ons weer gaan herinneren dat we, om te kunnen genieten van vrijheid, in staat moeten zijn om te zwemmen. Als we omringd worden door water en toch niet bang zijn om te verdrinken, dan leven we pas echt.
Vind ik leuk:
Wees de eerste om post te waarderen.
Grensbewaking
april 12, 2011
Wat is vrijheid en hoe ga je om met vrijheid? Vrijheid krijgt betekenis wanneer ze met begrenzing wordt geconfronteerd. Is vrijheid de mogelijkheid om over grenzen heen te stappen en deze steeds verder op te rekken? Als vrijheid synoniem wordt voor grenzeloosheid, is het niet gek dat we er bang van worden. Grenzeloosheid is intens beangstigend. Het lijkt definities op te heffen. Wat alles kan zijn is niets. Wie ben ik in een grenzeloze wereld? Een ´wereldburger´ zijn klinkt voor sommigen aantrekkelijk, voor anderen is het een nachtmerrie.
Naarmate we ouder worden vindt er een verschuiving plaats in de betekenis van vrijheid. Vrijheid betekent in onze kindertijd en adolescentie nieuwsgierigheid, de behoefte om onze omgeving te verkennen en op avontuur uit te gaan. Naarmate we ouder worden begint het besef van verantwoordelijkheid. De verkenningsgeest moet gaandeweg meer ruimte maken voor de behoefte aan binding, toebehoren en zekerheid. Het streven naar bevrijding wordt een streven naar definiëring en opsluiting.
De jonge migranten, die in de jaren zestig en zeventig een geografische oversteek maakten naar West-Europa, kozen voor het avontuur. De wens om hun economische omstandigheden te verbeteren was verbonden met nieuwsgierigheid naar het leven aan de overkant. Het waren geen willoze pionnen die door Europese handen werden verplaatst.
De mentale oversteek duurde vanzelfsprekend veel langer. Ze waren in eerste instantie onbevangen, nieuwsgierige gasten. Een vriend van mijn vader liet me eens een foto zien waarop hij aan de bar zat. ‘We dachten niet na over bier en bitterballen’, vertelde hij me eerlijk. ‘Niemand was bezig met nadenken over religie en cultuur, we leefden als kleine kinderen’. Ze omhelsden de vrijheid waarin ze betrekkelijk anoniem op konden gaan, de vrijheid die geen vragen stelde.
Als gasten dachten ze na over terugkeer naar het land van herkomst maar gaandeweg werd duidelijk dat de vrijblijvende sfeer in het ontvangstland veranderde. De economische en politieke situatie in de herkomstlanden leek tegelijkertijd alleen maar te verslechteren. Dit leidde tot de vraag of een mogelijke terugkeer hun zelfgekozen mobiliteit niet tot een stilstand zou brengen. Ze waren nu juist gevlucht voor de stilstand en het gebrek aan perspectief. Het veiligst was het dan ook om te blijven. Dit betekende dat zij hun gezinnen hier zouden vestigen.
Met vrouw en kinderen dienden zich verantwoordelijkheden aan. Er moesten nu grenzen getekend gaan worden. De vragen begonnen gesteld te worden en langzamerhand werden er antwoorden geformuleerd. Met het uitspreken van hun antwoorden kaatsten zij de vragen terug naar de stellers. Vragen over identiteit waren steeds pregnanter aanwezig. ´Wie zijn wij en wat is ons verhaal eigenlijk?´ Nederland had zich van haar zuilen bevrijd. Begrenzingen waren opgeheven en niemand had de noodzaak ingezien van (nieuwe) afbakening.
Maar toch schreeuwde ook voor Nederland de verre horizon om markeerpunten die houvast zouden kunnen bieden. Mensen snakten naar een kompas om de onzekerheden op hun pad te doen verdwijnen. Begrippen als ‘cultuur’ of ‘religie’ werden versmald tot een set codes die een onveranderlijke eeuwigheidswaarde werden toegekend. ´Zo is het nu eenmaal bij ons en niet anders.´
Maar het is een valse voorstelling van zaken. Het enige wat nu eenmaal zo is, is de dood. De wereld leeft, omdat hij voortdurend verandert. Het paradoxale is dat we sterk door elkaar worden beïnvloed, terwijl we steeds harder roepen dat we zo wezenlijk van elkaar verschillen.
Zo zijn nieuwsgierige pioniers, die de grenzen ooit eens dapper verkenden, angstige grensbewakers geworden. Het zijn badmeesters, die in hun beschermzucht en de angst om zichzelf te verliezen, aan de zijlijn nauwlettend in de gaten houden of er bikini’s of burkini’s worden gedragen. Ze willen ervoor zorgen dat hun kinderen in het water vooral herkenbaar blijven. Ze vergeten dat het hun voornaamste taak is om de jonge duikers te leren zwemmen. Hoe ze het badwater induiken zou van secundair belang moeten zijn.
Ik hoop dat we ons weer gaan herinneren dat we, om te kunnen genieten van vrijheid, in staat moeten zijn om te zwemmen. Als we omringd worden door water en toch niet bang zijn om te verdrinken, dan leven we pas echt.
Vind ik leuk:
Getagged: actualiteit, angst, cultuur, identiteit, migratie, religie, vrijheid