Hemel en hel

juli 25, 2011

We lagen aan het strand. Het was zo´n zeldzame dag dat de zon scheen en er een zachte wind waaide. Het regende niet. We hadden wat speelgoed voor de kinderen meegenomen en voor onszelf alleen een kleed om op te liggen. We houden van liggen in de zon, de blauwe hemel te omhelzen en een enkele vriendelijke wolk voorbij te zien trekken.  Ik had mijn hoofd op mijn man´s borst gelegd en hield zijn hand vast. Ik deed mijn ogen even dicht om de warmte naar binnen te laten. Ik voelde me intens gelukkig. Hoe weinig hadden we nodig om gelukkig te zijn!

Toen ik me oprichtte om te kijken naar de kinderen, die met schep en emmer aan het spelen waren, zag ik alleen nog maar mijn zoon. Mijn dochter was er niet meer bij. Ik liep naar hem toe en vroeg hem waar zijn zusje was. Hij was zo druk aan het spelen dat hij niet gemerkt had dat ze weg was gegaan. Hij wist niet waar ze was. We liepen samen terug naar de plek waar we waren neergestreken. Waar was ze? Ik vroeg aan mijn buurvrouw of ze een klein meisje van vijf in een streepjesbadpak had gezien. Nee, ze had haar niet gezien. Ik liep verder en verder en verder weg en liep weer terug. Ik had geen horloge om maar er leek wel een uur verstreken te zijn. Mijn man deed hetzelfde. Hij belde me, niet om me te vertellen dat hij haar had gevonden maar om de reddingsbrigade in te schakelen. Mijn hart sloeg over. De reddingsbrigade! Ik liep er verdwaasd heen. Ik hoorde een kind mama roepen en dacht dat zij het was. Ik hoorde heel vaak mama roepen en dacht dat zij het was. Er waren zoveel kinderen, maar zij was er niet bij. Ik keek onderweg naar de reddingsbrigade nog op een klein speeltuintje bij een strandtent, maar daar was ze ook niet. Ik dacht aan moeders en vaders die hun kinderen niet meer terugvonden. Ik dacht aan ontvoeringen. Ik dacht aan de berichten van vermiste mensen waarbij er beschrijvingen worden gegeven van wat ze droegen op de dag van hun verdwijning en de beschrijving van hun uiterlijke kenmerken. Ik sloot even mijn ogen om me te concentreren. Ze heeft een getinte huidskleur, ze heeft bruine ogen, ze is 110 centimeter lang en ze heeft een badpak aan met horizontale strepen in felle kleuren. Ik kon de tranen bijna niet meer bedwingen. Dit was eng, dit was angstaanjagend. Was dit de prijs die ik moest betalen voor het geluksgevoel dat ik misschien nog geen half uur geleden zo intens beleefd had?

Bij de reddingsbrigade waren ze uiterst vriendelijk en professioneel. Ze gingen met de jeep rondrijden. Ik voelde me beter omdat we nu hulptroepen hadden ingeschakeld. Onderweg terug kwamen er vrouwen naar me toe die hun hulp aanboden bij het zoeken. Ik was ze zo dankbaar voor het medeleven want ik voelde me zo wankel op mijn benen staan.

We hebben haar Godzijdank gevonden. Een meer dan vriendelijke man die vlakbij ons zat met zijn vrouw en dochter was als een van de eerste omstanders naar haar gaan zoeken en hij had haar gevonden. Ik stapte uit de jeep van de reddingsbrigade en sloot haar in mijn armen. Ze was stil en keek met grote ogen naar de felgekleurde jeep. We mochten samen in de jeep terugrijden naar ons plekje op het strand. Ik voelde me tien kilo lichter en duizend grijze haren rijker. Wat een schrik. De scheidslijn tussen geluk en verdriet was zo dun. Mijn man en zoon kwamen ook terug van het zoeken. We omhelsden elkaar. Ik schaamde me voor de boosheid die ik een paar dagen tevoren nog had geuit naar mijn man. Hij was zijn portemonnee verloren. Ik beloofde mezelf nooit meer boos te worden als het weer zou gebeuren. Hij mocht wel honderd portemonnees verliezen, als ik hem of de kinderen maar niet kwijt zou raken. Ik bad voor de moeders en vaders die hun kinderen moeten missen en voor de kinderen die hun ouders kwijt zijn. Wat een verdriet moeten zij wel niet ervaren.

Het was allemaal twee dagen voordat het nieuws over Noorwegen ons bereikte. Hoe breekbaar is ons geluk, onze veiligheid, onze vrijheid, onze liefde! Als er krachten opstaan die onze waarden willen verzwakken moeten we ons inspannen om deze waarden te versterken. Als er mensen opstaan die zich het recht toeëigenen om voor God te spelen moeten we hen een halt toeroepen. Niemand heeft dit recht! Geen ideologie of geloof mag ooit het leven van mensen irrelevant maken. Het kwaad maakt geen onderscheid tussen geloof of etniciteit. We kunnen allemaal in de greep geraken van extremisme: verblind raken doordat we zonnestralen willen volgen tot aan hun bron of het zicht verliezen wanneer we het licht volledig willen buitensluiten.

We moeten extremisme bestrijden door onze verbondenheid te benadrukken. We kunnen wel allemaal individuen zijn, maar dat maakt ons nooit honderd procent onafhankelijk. We hebben elkaar nodig. Alles wat ons ertoe aanzet om verbanden, verbindingen te leggen doet ons leven. Alles wat ons tot een kil isolement drijft kan dodelijk zijn.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.