Onzichtbare jury

januari 5, 2011

Toen ik gisteren, na een vermoeiende dag, de tv aanzette om even met mijn verstand op nul in slobberkleren op de bank naar iets onzinnigs te kijken, kwam ik terecht op een commerciële zender. Het programma was Amerikaans, daar kon geen misverstand over zijn. Het was namelijk een ‘make-over show’.

Centrum van de aandacht was een vrouw in slobberkleren, die een uiterst uitgebluste indruk maakte. Ze miste een paar tanden en was daardoor niet in staat om vaak te lachen. Onzeker en verlegen stond ze in het leven en haar uiterlijk was daar een reflectie van. Terwijl ze met de presentator wat praatte over haarzelf, was er achter een spiegel verborgen een jury aanwezig om het uiterlijk van de vrouw eens kritisch te beoordelen. De oordelen waren glashard. Dit was een vrouw die gebukt ging onder een enorm gebrek aan zelfvertrouwen en dat kwam allemaal door haar tanden, haar haren, haar huid en haar kleren. Een team van experts zou zich over haar buigen. In een week tijd kreeg ze, om het allemaal nog indrukwekkender te maken, niet alleen nieuwe kleding, haarstijl en gebit aangemeten, maar ook nog eens zakelijk advies. Ze had plannen voor een eigen bedrijf en ook daar stond een succesvolle zakenman aan de zijlijn om zijn kostbare adviezen met haar te delen. Na een week stond daar dan..tatataaa..een stralende, elegante, zelfverzekerde dame met een ‘kom maar op!’ uitstraling. Waw.

De kijkende vrouwen in slobberkleren in de huiskamers hebben ineens niets meer gemeen met deze getransformeerde powervrouw. Ze zijn hooguit jaloers. Het hebben van een team van experts wordt erg aantrekkelijk gemaakt. Het is alleen niet voor iedereen binnen handbereik. Het enige wat wel binnen handbereik is, is die onzichtbare jury. Voor zover die niet al diep verankerd is in ons denken, horen we de juryleden hun genadeloze oordeel nu nog harder vellen. Met al die kennis en expertise voor handen, ben je toch wel een zielepoot om er niet uit te zien als een filmster. Het is meedoen of veroordeeld worden tot levenslang gedeprimeerd in de spiegel kijken. Verschrikkelijk.

Het programma deed me denken aan een programma op een islamitische satellietzender, waar ik een tijd geleden op stuitte. In het programma stond een niet onaantrekkelijke jongeman met een aanwijsstok in de hand. Hij gaf les in geografie, de geografie van het vrouwelijke lichaam. De  heuvels en paden werden aangewezen om te laten zien hoe ze op de juiste manieren bedekt moesten zijn. Hij had een aantal paspoppen voor zich in diverse populaire kledingsstijlen onder vrouwen. Bij iedere pop wees hij aan wat er wel aardig geprobeerd was, maar toch niet helemaal voldeed. De vrouwelijke kijker werd nu in detail uitgelegd wat er niet klopte. Als ze dan weer zelf voor de spiegel zou staan, zou de jury niet meer nodig zijn. De jury zou onzichtbaar aanwezig zijn. Benauwend.

Wanneer er in het leven steeds minder controle lijkt te zijn over de omgeving en het eigen lot, wordt de aandacht verlegd naar datgene wat zich nog wel laat beheersen: het lichaam. Zeggenschap over (en beheersing van) het eigen lijf is de enige orde die er dan nog geschept kan worden. Pff..mijn zussen klagen altijd dat ik nauwelijks spiegels in huis heb, ik hoop dat ze nu begrijpen waarom.

Volkstuintjes

januari 28, 2010

Ik heb altijd gevonden dat wij ons hier in Nederland een levensstijl hebben aangemeten die ons steeds verder verwijdert van de natuur. Mijn ouders behoorden tot een groepje fanatieke hobbyisten die een stukje grond huurden van de gemeente om hun eigen groente te verbouwen. Daardoor werd ik, met tegenzin weliswaar, deelgenoot gemaakt van het proces van zaaien en oogsten. Wanneer mijn moeder thuiskwam met een jute zak vol met tuinbonen rende iedereen naar boven. Alleen ik was dan altijd net iets te laat en kon aan de slag om tuinboontjes te gaan doppen. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik de enige ben die, naast mijn ouders, de boontjes lustte wanneer ze aan het einde van het moeizame productieproces op het bord lagen. Ik at ze omdat anders het harde werk voor niets zou zijn geweest!
Nu hun volkstuintje opgedoekt lijkt te gaan worden in 2010, jammer genoeg net het jaar dat mijn vader inshallah met pensioen gaat, heb ik gevoelens van nostalgie. Ik leid inmiddels zelf het bestaan van de gejaagde ouder die een negen tot vijf baan combineert met de zorg voor kinderen. Ik zie doordeweeks kantoorruimte en zaterdagochtend de supermarkt. Goh, die supermarkt, de plek waar de fabrieken hun eindproducten over ons uitstorten en waar wij als makke schapen niets anders hoeven te doen dan wagentjes volladen en afrekenen. Geen moment hoef je je af te vragen hoe het daar terecht is gekomen. Het is er en jij moet het kopen en consumeren. Simpel toch? Het probleem is dat alles wat makkelijk en simpel is zielloos en onbevredigend is. Het eten smaakte me bij mijn moeder toch echt veel lekkerder. Dat ligt echt niet alleen aan het feit dat mijn kookkunsten onder de maat zijn. Het ligt er ook aan dat mijn ouders nou eenmaal hun eten écht zelf maken.

Maar Nederland is één grote volkstuin vergeleken met de Verenigde Staten. Mijn eerste bezoek aan dat land zal ik nooit vergeten. Van alle oorden die ik in mijn leven heb bezocht heeft geen enkele plaats mij zo’n cultuurschok bezorgd als Oklahoma City. Je zult je afvragen waarom ik dan niet naar New York, LA of San Francisco ging. Dankzij alle series die ik in mijn jeugd heb gevolgd dacht ik, zoals iedereen, aan een kosmopolitisch decor wanneer iemand begon over reizen naar Amerika. Tja, het lot wil nu eenmaal dat mijn familie zich heeft vertakt over de meest bizarre uithoeken van de wereld, zo ook Oklahoma City.

De cultuurschok zat ‘m in het grote gebrek aan enig noemenswaardige cultuur. Ik maakte kennis met elektrisch aangestuurde mensen. Haal in dat land de stekkers eruit en je ziet iedereen hulpeloos om zich heen tasten. Koken is uitzoeken wat je vanavond in de magnetron gooit, of waar je afhaalt. De auto wordt het liefst naast het bed geparkeerd zodat je ’s ochtends niet zo ver hoeft te lopen. Ga in een gemiddeld restaurant eten en je staat binnen een half uur weer buiten want ook de restaurants hoeven het eten alleen maar te ‘magnetroniseren’. De winkelcentra zijn gigantisch overdekte koelboxen. Ik zag geweren te koop staan in de supermarkten en die supermarkten lijken op reusachtige sporthallen waar je producten in ongelukkig stemmende hoeveelheden uitgestald ziet. In drie weken tijd zijn mij vier creditcards aangesmeerd. Trottoirs en fietspaden ben ik niet tegengekomen. Toen ik me met een fiets op straat begaf werd ik vreemd aangekeken. Als je het fietsen gaat missen dan besef je wel dat je Nederlandser bent dan je wilt toegeven. Terwijl ik nu mijn verbazing over alles wat ik heb gezien over de lezer uitstort besef ik dat wij toch ook wel heel hard die kant opgaan. Misschien voelde ik me daarom wel vreselijk ongelukkig daar. Wat is nu vooruitgang?

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.