Het wordt door diverse wetenschappers de integratie-paradox genoemd. De criminaliteit onder Marokkaanse jongeren komt voort uit het feit dat zij zich in sociale zin hebben aangepast aan de Nederlandse samenleving.  Ze willen consumeren en genieten net als hun Nederlandse leeftijdgenoten. Voor de generatie van de ouders is dat maar moeilijk te bevatten. Ik kan dat beamen.

Het was november 1981. Hind, mijn oudere zus, die toen acht jaar oud was, zat in de tweede klas van de basisschool. Het waren de spannende weken voor Sinterklaas. In de klas werd er druk gepraat over verlanglijstjes, het nieuwste speelgoed en wat er elke ochtend in de schoen lag. Hind baalde. Ze had het jaar ervoor niets gehad om te laten zien op school. Dat, terwijl haar vriendinnen met leuke spullen de show stalen. Ze haatte Sinterklaas. Waarom kreeg zij ook niet wat ze wilde hebben? Waarom moest zij zich tevreden stellen met de tweedehandse spulletjes, die de zuster van het klooster ons kwam brengen? Daar zat geen speelgoed bij, dat ze mee naar school zou durven nemen. Ze zouden haar zeker uitlachen.

Dat jaar had ze voor het eerst de opdracht mee naar huis gekregen om een surprise in elkaar te zetten voor een klasgenootje. Ze werd al moe bij de gedachte. ‘Pfff. Hoe moet ik iets maken? We maken thuis nooit iets. Niemand kan me helpen’, klaagde ze.

Hind sprak af met Jeroen, een buurjongen van een paar deuren verder, dat ze bij hem thuis iets in elkaar zouden knutselen. Het huis ademde een heel andere sfeer dan bij ons. Er was speelgoed, veel speelgoed. Na een uurtje knutselen was de grond op zijn kamer bezaaid met papier, stiften, plak en verf. Zijn moeder liet ze gewoon begaan. Onderweg naar het toilet, zag ze op de trap een grote leren portemonnee liggen. ‘Dat is geld!’, dacht ze. ‘Daarmee kan ik naar de speelgoedwinkel’. Eenmaal terug op de kamer, zei ze tegen Jeroen dat ze geen zin meer had. Ze zouden een andere keer weer afspreken. Ze rende de trap af en pakte de portemonnee op . Ze hield hem in haar hand vast, hij pastte niet in haar broekzak.

Ze bedacht zich geen moment en snelde naar het dorpscentrum. De speelgoedwinkel was op de eerste etage van ons kleine winkelcentrum. Ze zou Sinterklaas een handje helpen. Ze koos voor mij (ik was vier) een babypop uit. Die waren erg in de mode, babypoppen die konden huilen en een paar woordjes zeggen. Voor zichzelf nam ze een blokfluit. Er waren meisjes in haar klas die op blokfluitles zaten en dat wilde zij ook. Voor Naïma kocht ze een tennisracket. Naïma hield ervan om naar tenniswedstrijden te kijken op televisie. Ze rekende af met het geld in de portemonnee en ging naar huis. Thuis verstopte ze al het speelgoed in onze slaapkamer, bovenop de klerenkast.

Een dag later kwam de buurvrouw langs. Ze vertelde dat ze haar portemonnee kwijt was. Ze had geen boodschappen kunnen doen. Mijn moeder schrok van het nieuws en zei dat ze eens met Hind zou praten. Ze kon zich niet voorstellen dat zij zomaar de knip van de buurvrouw zou stelen.Mijn zusje hoorde dit en glipte door de achterdeur naar buiten. Ze gooide bij de buren de portemonnee door de brievenbus.

Mijn moeder legde de volgende dag de puzzelstukjes in elkaar, toen het speelgoed tevoorschijn kwam. Niemand had zijn nieuwsgierigheid tot 5 december kunnen volhouden. Ik was al druk aan het spelen met mijn pop. Die avond toen mijn vader thuis kwam van zijn werk, vertelde mijn moeder het hele verhaal. Ik herinner me die avond heel goed, misschien omdat het de eerste keer was dat ik mijn vader zo boos heb zien worden.

Hij schaamde zich voor de buren. Hoe had Hind dit kunnen doen. Als ze iets wilde hebben, had ze het hem moeten vragen! De bewijsstukken lagen op tafel uitgestald: de blokfluit, de babypop en het tennisracket. Hij pakte de blokfluit en gooide ‘m door de huiskamer tegen de muur kapot.

De buren kregen van onze ouders hun geld terug en de garantie dat het nooit meer zou gebeuren. De wens van Hind om dat jaar met Sinterklaas te kunnen pronken met cadeautjes, moest onvervuld blijven. In plaats daarvan fantaseerde ze er op het schoolplein weer op los.

Onze ouders begrepen niet hoe hun liefde uitgedrukt kon worden in een hoeveelheid hebbedingetjes. Zij uitten hun liefde door ervoor te zorgen dat er vaker vlees op het menu stond en dat we regelmatig nieuwe kleren en schoenen kregen. Dat was voor hen welvaart.

Wij dachten dat ze vast niet genoeg van ons hielden, voor ons was het armoede.

Nu is het een kostbare herinnering. Hind is maatschappelijk werkster geworden.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.