Ik heb gelogen. Liegen is een middel, ingezet omdat het een al dan niet zwaarwegend doel dient. Wanneer het doel behaald is en de overwinning bereikt, waarom zou je dan nog omkijken? Niemand doet het. Winnaars worden vertrouwd en gehuldigd. Wanneer zij de finish omhelzen, wordt het afgelegde parcours een verwaarloosbaar detail.
Ik heb mijn doel bereikt, maar ik was niet meer dezelfde. Mijn geweten liet me niet met rust. Ik werd geteisterd door schuldgevoel. Ik heb me kunnen verlossen van mijn schuldgevoelens door om te keren: ik maakte de succeswandeling terug in de tijd om mijn leugen onder ogen te zien. Ze stond ongeduldig op erkenning te wachten. Ik gaf haar erkenning en mezelf gaf ik rust. Ik bevestigde en versterkte mijn menselijkheid: het doel heiligt de middelen niet zonder prijs.
Het mag geen verbazing wekken dat een overlevende van een ramp als eerste de anonieme burger aan zijn bedzijde vindt, wiens nieuwsgierigheid te allen tijde bevredigd moet worden. Als het kind aan een journalist had verteld dat hij iemand met een mes had zien zwaaien, waren we dan nog zo verontwaardigd over de schending van zijn privacy? De krant had dan eenvoudig kunnen stellen dat het nieuwsbelang de doorslag had gegeven en de redactie zou trots zijn op de primeur.
Als ons niet werd voorgespiegeld hoe belangrijk de boringen naar olie op zee zijn voor onze energievoorziening en de werkgelegenheid, zou niemand het schaamteloos bagatelliseren van de ramp – nota bene door de veroorzaker ervan- kunnen aanhoren.
Als de burger veiligheid wil, dan moet die worden gegarandeerd. Als de burger blijkt te genieten van het uitvergroten van de levens van beroemdheden, dan moet hij op zijn wenken worden bediend. De doelen zijn heilig. We stemmen de spelregels er volledig op af. Dit verklaart waarom we ons steeds minder bewust zijn van wat onze spelregels zijn. De spelregels worden door de winnaars voortdurend bijgesteld en herschreven.
Een buurtbewoner die klaagt over geluidsoverlast van het nabije kinderdagverblijf, weet precies hoeveel decibel herrie de kinderen produceren. Hij vergelijkt in zijn hoofd de overlast met die van vliegtuigen en de muziek die te hard staat bij de buren. Hij lijkt niet meer in staat te zien dat het om mensen gaat, dat ‘geluidsoverlast’ van kinderen op een schoolpleintje bij het leven hoort. Hij wil stilte en daarvoor moeten de kinderen maar zwijgend groot worden.
Geen greintje inlevingsvermogen of tolerantie: dat is wat de mens typeert die is doorgeschoten in het instrumentele denken; het utilitaire middel-doeldenken.
Alleen wanneer wij hoogstpersoonlijk worden geraakt, zijn we nog in staat om op de rem te trappen, onze morele verontwaardiging uit te roepen over de opoffering van onze menselijkheid.

Dat is tragisch voor de weerlozen van deze wereld.
Doeldenken
mei 19, 2010
Ik heb gelogen. Liegen is een middel, ingezet omdat het een al dan niet zwaarwegend doel dient. Wanneer het doel behaald is en de overwinning bereikt, waarom zou je dan nog omkijken? Niemand doet het. Winnaars worden vertrouwd en gehuldigd. Wanneer zij de finish omhelzen, wordt het afgelegde parcours een verwaarloosbaar detail.
Ik heb mijn doel bereikt, maar ik was niet meer dezelfde. Mijn geweten liet me niet met rust. Ik werd geteisterd door schuldgevoel. Ik heb me kunnen verlossen van mijn schuldgevoelens door om te keren: ik maakte de succeswandeling terug in de tijd om mijn leugen onder ogen te zien. Ze stond ongeduldig op erkenning te wachten. Ik gaf haar erkenning en mezelf gaf ik rust. Ik bevestigde en versterkte mijn menselijkheid: het doel heiligt de middelen niet zonder prijs.
Het mag geen verbazing wekken dat een overlevende van een ramp als eerste de anonieme burger aan zijn bedzijde vindt, wiens nieuwsgierigheid te allen tijde bevredigd moet worden. Als het kind aan een journalist had verteld dat hij iemand met een mes had zien zwaaien, waren we dan nog zo verontwaardigd over de schending van zijn privacy? De krant had dan eenvoudig kunnen stellen dat het nieuwsbelang de doorslag had gegeven en de redactie zou trots zijn op de primeur.
Als ons niet werd voorgespiegeld hoe belangrijk de boringen naar olie op zee zijn voor onze energievoorziening en de werkgelegenheid, zou niemand het schaamteloos bagatelliseren van de ramp – nota bene door de veroorzaker ervan- kunnen aanhoren.
Als de burger veiligheid wil, dan moet die worden gegarandeerd. Als de burger blijkt te genieten van het uitvergroten van de levens van beroemdheden, dan moet hij op zijn wenken worden bediend. De doelen zijn heilig. We stemmen de spelregels er volledig op af. Dit verklaart waarom we ons steeds minder bewust zijn van wat onze spelregels zijn. De spelregels worden door de winnaars voortdurend bijgesteld en herschreven.
Een buurtbewoner die klaagt over geluidsoverlast van het nabije kinderdagverblijf, weet precies hoeveel decibel herrie de kinderen produceren. Hij vergelijkt in zijn hoofd de overlast met die van vliegtuigen en de muziek die te hard staat bij de buren. Hij lijkt niet meer in staat te zien dat het om mensen gaat, dat ‘geluidsoverlast’ van kinderen op een schoolpleintje bij het leven hoort. Hij wil stilte en daarvoor moeten de kinderen maar zwijgend groot worden.
Geen greintje inlevingsvermogen of tolerantie: dat is wat de mens typeert die is doorgeschoten in het instrumentele denken; het utilitaire middel-doeldenken.
Alleen wanneer wij hoogstpersoonlijk worden geraakt, zijn we nog in staat om op de rem te trappen, onze morele verontwaardiging uit te roepen over de opoffering van onze menselijkheid.
Dat is tragisch voor de weerlozen van deze wereld.
Getagged: actualiteit, maatschappelijk, moraal, opinie, vooruitgang